Brein

Jonathan Haidt, psycholoog aan de Universiteit van Virginia, vergelijkt ons brein met een olifant en zijn berijder. De berijder heeft de teugels vast en kan de olifant sturen. Maar alleen als de olifant dat toestaat. Wanneer de olifant echt iets wil, bepaalt hij namelijk de richting. Dan heeft de berijder geen schijn van kans. De olifant staat in deze mooie metafoor voor de emotie, ons onbewuste gedrag en de automatische processen in ons. Hij reageert primair op zijn omgevingsprikkels. De berijder staat voor de rede, ons bewuste gedrag en de beheerste processen in ons. Hij kijkt naar de toekomst.

De olifant reageert snel en krachtig op bedreigingen en onaangename voorvallen. Bij de olifant is slecht sterker dan goed. De olifant denkt en reageert eenvoudig: hij heeft voorkeur of afkeur en benadert of trekt zich terug. De olifant heeft een eindeloze hoeveelheid energie en gedrevenheid, in tegenstelling tot de berijder die snel moe is. De olifant leert het best als hij dagelijks wordt getraind.

De berijder, die evolutionair gezien veel later kwam, staat van oorsprong in dienst van de olifant. Hij is op zijn rug gezet om de olifant betere keuzes te laten maken. Hij kan goed nadenken en de toekomst overzien. Maar soms denkt hij veel te lang na en maalt hij over iets wat hem niet helder is. De berijder heeft heel heldere instructies nodig. Als hij oefent, veel oefent, kan hij leidinggeven aan het reusachtige dier waarop hij zit.

De olifant en zijn berijder hebben een complexe relatie. Als de olifant graag iets wil wat de berijder onverstandig vindt, dan moet de berijder in staat zijn om de olifant af te leiden zonder dat er een rechtstreekse strijd plaatsvindt. Want een rechtstreekse strijd wint de berijder nooit. Als hij probeert om gedachten die de olifant genereert te onderdrukken, worden ze juist sterker. Vaak vraagt leren en veranderen om nu iets op te geven, zodat je straks iets krijgt. De vraag is hoe de berijder het voor elkaar krijgt om de olifant lang genoeg te leiden, zodat het doel wordt gehaald. We identificeren ons vaak met de berijder. Maar we zijn zowel de berijder als de olifant.

Onze hersenen kunnen veranderen. Ons brein kan nieuwe neurale netwerken aanmaken, en zo leer je iets nieuws. Dit wordt neuroplasticiteit genoemd: het vermogen van de hersenen om te veranderen. Als je een belemmerende overtuiging wilt veranderen dan ben je bezig om een van die automatische en onbewuste processen aan te pakken die door de olifant aangestuurd worden. Om dit te laten slagen moet je rekening houden met een vijftal breinregels.

Met behulp van deze vijf breinregels kun je ervoor zorgen dat de berijder en de olifant goed samenwerken. Dat geeft je grip op je persoonlijke ontwikkeling. Je kunt je belemmerende overtuigingen met succes aanpakken en nieuwe krachtige overtuigingen maken. Deze breinregels krijgen praktisch vorm in de oefeningen.

De vijf breinregels
1. Aandacht maakt het verschil: je wordt wat je denkt
Je hersenen veranderen op basis van je aandacht. Een belangrijke vraag is dus: waar richt je je aandacht op? Als je je aandacht richt op het conflict met je collega, en je je eigen boosheid iedere keer als je hem ziet weer activeert, dan leg je een nieuw neuraal netwerk aan. Op een gegeven moment hoef je deze collega alleen maar in gedachten te nemen om boos te worden. Het is dus van belang om te leren jezelf ‘rustig te denken’. Om de redelijke kant van jullie verschil te zien, en je ook bewust te zijn van zijn lastige positie. Dan stuur je met je aandacht en verander je je hersenen op een manier die vóór je werkt.

2. De berijder stuurt: ontwerp je toekomst
Je kunt de berijder in je hersenen benutten. Als je een duidelijke keuze maakt hoe je in voor jou belangrijke situaties wilt denken en handelen, dan gaan je hersenen je daarbij helpen. Van belang is dat je de keuze zelf maakt. Het gaat erom dat je zelf een concreet ontwerp maakt van de toekomst zoals jij wilt dat die eruitziet. Wat zijn in toekomstige situaties jouw opvattingen? Hoe kijk je dan? Hoe ga je om met anderen die anders kijken en die ander gedrag vertonen? En hoe zou je je dan willen voelen? De berijder weet dan hoe hij het wil hebben en gaat daarop sturen. Als je met dergelijke vragen werkt, stuur je op een goede samenwerking tussen olifant en berijder.

3. Emoties maken het aantrekkelijk: creëer een mooie toekomstdroom
Een aantrekkelijk toekomstbeeld bevat een wens of verlangen. Als je zo’n beeld creëert, benut je de kracht van je emoties, want de hersenen leren makkelijker als er emoties in het spel zijn. Een aantrekkelijk toekomstbeeld leidt bovendien tot ontspanning. Dat maakt het makkelijker om te leren. Ontspanning helpt ook om de eerste kleine veranderingen in je eigen gedrag beter te kunnen zien.

4. Herhaling bouwt het patroon: oefen veertig dagen
Je hersenen veranderen door vol te houden en te oefenen. Daarbij zijn de drie voorgaande voorwaarden van belang. Als je je daaraan houdt, en je blijft oefenen, dan leg je nieuwe neurale netwerken aan. Deze helpen je om anders te handelen en om je anders te voelen in situaties die er voor jou toe doen. Van belang is wel dat je het veertig dagen volhoudt. Alleen zo doorloop je een leerproces dat ook consolideert in de hersenen. Dat maakt ook duidelijk waarom persoonlijke leerprocessen zo lastig kunnen zijn: vaak houden we het eenvoudigweg niet lang genoeg vol. En dan beklijft het onvoldoende in de hersenen om ook tot een blijvende verandering te leiden.

5. Ondersteuning maakt het mogelijk: richt je leerproces goed in
Voor een succesvol leerproces heb je ondersteuning nodig. De inrichting van het leerproces vormt die ondersteuning. Zo is de volgorde van oefenen van belang: je leert het best als je van makkelijk naar moeilijk werkt. Ontwikkel je nieuwe neurale netwerk in kleine stapjes. De kans op succeservaringen is dan groter. Successen geven een positief gevoel, en dat leidt ertoe dat je grotere uitdagingen aan wilt gaan. Ook het positieve gevoel op zich versterkt het leerproces in je hersenen. Verder is positieve feedback door een ondersteuner van belang. Dat kan bijvoorbeeld een collega, een mentor of een coach zijn. Waardering voor je inspanningen en reflectie en aandacht voor wat er wel of niet lukt, helpt je leerproces. Bovendien kan een ondersteuner je op kleine veranderingen wijzen. Soms zien mensen zelf nog niet dat ze zich anders gedragen, terwijl de omgeving het al wel opmerkt. Hun oude neurale netwerk maakt dan dat het nieuwe gedrag nog moeilijk te zien is. En zo zijn we weer terug bij aandacht: positieve aandacht versterkt je leerproces en maakt resultaten zichtbaar.

Comments are closed.